Commentaar bij/n.a.v. havo-examen scheikunde 2016 2e tijdvak

 

Boven vraag 1
In de eerste alinea staat dat Hiske een mengsel maakt met taartmix, kwark, slagroom en water.
Maar in de tweede alinea staat dat in het kwarkmengsel slagroom wordt gebruikt. Wat word hier dan bedoeld met “kwarkmengsel”?

“Een molecuul is … in structuurformule weergegeven.” of “Van een molecuul is … een structuurformule weergegeven.”?

 

De vakterm “veresteren” komt niet voor in de syllabus en zou dus gedefinieerd moeten worden. Is het wel een vakterm?
Kunnen moleculen veresterd worden?
En worden dan alcoholen veresterd met zuren of zuren met alcoholen?

Hoe kan ín een molecuul (vet) een molecuul veresterd zijn met andere moleculen? Dat suggereert dat glycerol, oliezuur en palmitinezuur niet verdwenen zijn.

Suggestie voor een andere formulering:

“Dit vet is een ester van glycerol, oliezuur, palmitinezuur en nog één andere stof.”

 

Vraag 1
(Hebben moleculen namen?)
Geef de naam van die andere stof.

 

Vraag 2
“Emulgator” is niet een begrip dat voor dit type stof gebruikt wordt maar een naam of een aanduiding voor dit type stof.
Omdat er naar meer dingen tegelijk gevraagd wordt is deze vraag verwarrend.

 

Onder vraag 2

Macro (eerste, tweede en vierde zin) en micro (derde zin) door elkaar.

Wat is (hier) het kwarkmengsel?

Misleidend plaatje: het lijkt alsof je (eiwit?)ketens ziet als je inzoomt op de kwarktaart. Maar wat is dan het grijze spul tussen die ketens? Een legenda zou hier passend zijn.

“Dat de taartmix een stevig geheel vormt kan op microniveau verklaard worden met eiwitmoleculen die middels waterstofbruggen een netwerkachtige structuur vormen waarin moleculen van de andere stoffen ingesloten worden.”

 

Boven vraag 3
Onzorgvuldig taalgebruik wat betreft micro-macro: “De moleculen van dit enzym verbreken peptidebindingen in eiwitmoleculen.”

 

Vraag 3
Aangezien in de vraag niet vermeld is of die op macro- dan wel microniveau beantwoord moet/mag worden zou een antwoord als “Door het inwerken van actinidase verliest gelatine zijn werking.” niet met 0 punten (zoals in het correctievoorschrift) maar (ook) met 2 punten gehonoreerd moeten worden.

Ook het eerste indienantwoord zou gezien de vraagstelling volledig goed gerekend moeten worden.

 

Boven vraag 4

In het fragment in figuur 2 komen geen aminozuren voor maar aminozuur(molecuul)resten.

 

Vraag 4
Valine wordt niet afgesplitst maar ontstaat. (Afsplitsen is een microterm en valine is op macroniveau.)

 

Onder vraag 7 boven figuur 2

In de syllabus is (in de subdomeinen C1 en F3) sprake van elektrochemische cellen/brandstofcellen en (in subdomein A89) van een cel met een celmembraan.
Maar in “een lange serie aaneengeschakelde cellen” is geen sprake van een van deze twee soorten cellen. “Cel” had hier dus gedefinieerd moeten worden.

 

In figuur 2
Onzorgvuldig gebruik van macro- en microtermen: wijn en water, dan ook tartraat en waterstoftartraat.

 

Boven figuur 1 boven vraag 10
Onzorgvuldig gebruik van macro- en microtermen: “een stof die voor  dwarsverbindingen zorgt”.

Wat is “een mogelijk carbomeermolecuul”?

 

Vraag 10
“Geef in structuurformule en gedeelte weer …” of “Teken een gedeelte van de structuurformule …”?

 

Boven vraag 12
Beter helemaal macro: … een te hoge concentratie H+ (pH = 3,7) …

 

Boven tekstfragment boven vraag 21
“De elektrische energie wordt dan omgezet tot chemische energie …” of “De elektrische energie wordt dan omgezet in chemische energie …”?

 

Vraag 23
Is er sprake van een geactiveerde toestand? Hoe is het mechanisme van (deze) elektrolyse? Wordt dat bekend verondersteld?

 

Onder vraag 23
Bij (deze) methanisering wordt niet alleen waterstof maar ook koolstofdioxide omgezet tot methaan.

 

Vraag 25
Wat is de zin van zo’n E-factor-berekening?

 

Onder vraag 26
Bij het power-to-gas-proces wordt niet alleen waterstof omgezet tot methaan.

 

Boven figuur 1 boven vraag 29
Onzorgvuldig gebruik van micro- en macrotermen:

“Hierbij reageert chlorofyl-a met waterstofionen tot feofytine-a en magnesiumionen” kan beter als “Hierbij reageren chlorofyl-a-moleculen met waterstofionen tot feofytine-a-moleculen en magnesiumionen” of   “Hierbij reageert chlorofyl-a met H+ tot feofytine-a en Mg2+” of (door introductie van een macroniveauterm ionstof bij de microniveauterm ionen) “Hierbij reageert chlorofyl-a met ionstof waterstof tot feofytine-a en ionstof magnesium”.