Commentaar bij vwo-examen scheikunde 2019 1e tijdvak

Vraag 2
Er moeten molecuulformules gebruikt worden én BINAS-tabel 67F, maar in die tabel staan geen molecuulformules (maar vereenvoudigde structuurformules).
Bij het eerste liggende streepje was de toevoeging ‘.. in de vergelijking.’ duidelijker geweest.

CV vraag 3
Er wordt een uitleg gevraagd en uit het derde bolletje blijkt dat de consequente conclusie daartoe behoort. Maar er mogen in die uitleg géén begrippen op macroniveau gebruikt zijn, terwijl bij de voorbeelden van juiste antwoorden sprake is van ‘kookpunt’. En dat is een begrip op macroniveau. Dus bij de voorbeelden van een juist antwoorden zou, vanwege de cursieve opmerking, 1 punt niet mogen worden toegekend. Dat zal toch niet de bedoeling zijn?  

CV en bijlage bij vraag 4
In het CV komt MIBK ‘boven’ uit S3 maar als je het blokschema als een bovenaanzicht beschouwt kan dat natuurlijk ook uit het ‘onderste’ compartiment komen.
Er zal altijd wel wat MIBK ergens ontsnappen of verdwijnen, dus zou een pijl waarmee extra MIBK naar S2 gaat ook goed gerekend moeten worden.

Onder vraag 4
Er wordt verwezen naar ‘de figuur’, beter zou zijn om te verwijzen naar ‘onderstaande figuur’ (al is de aanduiding figuur bij een aantal structuurformules wel een beetje vreemd).
En de figuur had misschien een (eigen) nummer moeten krijgen zodat zeker geen verwarring kan ontstaan met de andere figuren in het examen.

Wat is een ‘uiteindelijke’ omzetting?

Een geschiktere formulering voor de zin onder vraag 4 zou kunnen zijn:
De omzetting van levulinezuur tot caprolactam is in onderstaande figuur schematisch met formules weergegeven.

Vraag 5
Van het NVON-forum:
Door: Noort | Datum: Zaterdag 11 mei 2019, 14:56 uur
(Bewerkt op: 11-05-2019 15:08)
“Ik maak ernstig bezwaar tegen de wijze waar op in deze vraag is omgegaan met het begrip mesomerie. Mesomerie is niet een vorm van isomerie. Je kunt hier niet praten over een deeltje X en een deeltje Y. Er is namelijk maar één deeltje en dat kan verschillende grensstructuren hebben. Bij een benzeenmolecuul praten we ook niet ook niet over twee verschillende moleculen als de de dubbele bindingen op een andere plaats in de ring zitten. Mesomerie is het verschijnsel waarmee je elektronendistributie kunt beschrijven binnen een deeltje als er niet sprake is van slechts één Lewisstructuur. De leerling die het begrip mesomerie goed heeft begrepen zal door de onjuiste vraagstelling in de war raken.”

 

Vierde regel van de opgave Teixobactine
Wordt teixobactine gemaakt door een zeer groot enzym of wordt de productie gekatalyseerd door een enzym?
Wat is een groot enzym?

Achtste regel van de opgave Teixobactine
Modules en katalytische delen zijn vaktermen die niet in de syllabus voorkomen en dus uitgelegd (hadden) moeten worden.

CV bij vraag 8
Uitgangspunt 7: wat is de definitie van een hernieuwbare stof? Waarom kun je waterstof niet hernieuwbaar noemen (als je dat bijvoorbeeld met groene energie uit water laat ontstaan)?
Uitgangspunt 12: risico moet zo klein mogelijk zijn en er moet werk gemaakt worden van preventie. Als je inderdaad zo zorgvuldig mogelijk werkt dan is dit toch niet een argument om de beschreven productie niet groen te noemen?

Onder vraag 9
Gemethyleerd’ is een vakterm die niet in de syllabus voorkomt. Voor chemici is duidelijk dat de uitleg ervan eronder staat maar voor leerlingen zou het duidelijker geweest zijn als er bijvoorbeeld had gestaan: “Met gemethyleerd wordt in dit geval bedoeld dat in fenylalanine op de ….”.

Er staat: “… waarna de beide aminozuren aan elkaar worden gekoppeld zoals in de figuur is weergegeven.” Maar de koppeling van isoleucine en fenylalanine bij module 1 en module 2 ís niet weergegeven, wel die bij module 5 en 6. Er had bijvoorbeeld moeten staan: “ .. analoog zoals in de figuur is weergegeven.”

Vraag 10
Waarom op de bijlage de S-binding verticaal aan de module en in de vraag horizontaal?

Boven vraag 11
Er is sprake van een aminozuureenheid (enduracididine) in het polypeptide. Dat lijkt me een juiste formulering (want het is geen aminozuur meer; in de syllabus staat bij eiwitten dan ook: “hydrolyse tot aminozuren”) en die zou dan ook consequent elders gebruikt moeten worden, bijvoorbeeld boven de figuur op blz. 5. Maar daar staat “aminozuren uit het midden van de groeiende peptideketen”.

Boven vraag 14
Slordig taalgebruik wat betreft micro-macro: stap 1 is op microniveau en de stappen 2 t/m 4 zijn op macroniveau.

Boven vraag 17
Een nettere formulering wat betreft micro-macro zou kunnen zijn: “De vorming van deze kristallen kan op microniveau verklaard worden met moleculen van beide stoffen die waterstofbruggen vormen met elkaar; daardoor worden platte lagen gevormd.”

Onder vraag 17
Volgens de syllabus hoeft de aanduiding ‘functionele groep’ zonder toelichting alleen gekend te worden in relatie tot enzymen (subdomein E2 specificatie 3:
De kandidaat kan de specificiteit en selectiviteit van een enzym beschrijven aan de hand van de ruimtelijke structuur en de functionele groepen: • actieve plaats.
                                                                                       - pH-optimum
                                                                                       - temperatuuroptimum)

De GGN zou, net als de rest van de figuur, ook op microniveau moeten worden voorgesteld en dan had de aanduiding ‘oppervlak’ ook vermeden kunnen worden.

Vraag 24
Zou de halfreactie 2 CH3COO –    C2H6  +  CO2  +  2 e- ook goed gerekend mogen worden of moet je uit de gebogen pijlen in figuur 1 opmaken dat alleen vergelijkingen toegestaan zijn  waarbij HCO3 na de pijl staat?

Vraag 28
Er moet berekend worden hoeveel ammoniak het membraan gepasseerd is maar uit figuur 1 en de tekst blijkt dat (alleen) ammonium het membraan passeert (dat daarna omgezet wordt in ammoniak). Eigenlijk kan de vraag dus niet beantwoord worden.

 

Ton van Berkel
26 mei 2019