Commentaar
bij vwo-examen scheikunde 1e tijdvak 2016
Vraag 3.
Het zal voor leerlingen misschien geen probleem opleveren maar door het
slingerstreepje ~ bij de N op de uitwerkbijlage kan er eigenlijk geen
Lewisstructuur getekend worden die voldoet aan de oktetregel. Want wat (hoeveel
elektronen) stelt dat slingerstreepje voor?
Vraag 4.
Er moet onderzoek beschreven worden waarmee getoetst moet worden de hypothese
“dat MX de huid in beide richtingen kan passeren”. Maar in het
correctievoorschrift wordt alleen gewag gemaakt van de toetsing van het
passeren van de huid “van binnen naar buiten”. Dat is dus geen compleet
antwoord op de vraag. (Weliswaar staat boven de vraag dat uit kwalitatief
onderzoek blijkt dat MX uit water via de huid wordt opgenomen, maar zou dat
aspect geen onderdeel uit hoeven te maken van de hypothese, en dus ook niet van
de vraag.)
Boven vraag 6.
Waarom worden bij ethyn en ethaan de formules
gegeven? Worden dit soort formules voortaan niet meer bekend verondersteld?
Waarom begint de eerste zin na de liggende streepjes met “als” en de tweede met
“indien”. Moet dat niet beide gevallen “als” of “indien” zijn?
Waarom wel waterdamp en niet koolstofdioxidegas (zoals onderaan in vraag 6)?
Vraag 6.
Uit het voorbeeld van een juist antwoord in het correctiemodel kun je afleiden
dat in reactievergelijkingen, als ze een reactie op macroniveau beschrijven,
gebroken coëfficiënten gebruikt mogen worden:
C2H2 + 2,5 O2 → 2 CO2 + H2O
Boven het diagram boven vraag 7.
Waarom wordt er ineens een term op microniveau (“watermoleculen”) gebruikt
terwijl de rest van de tekst en ook de aanduiding bij de y-as van het diagram
(“water”) op macroniveau is?
Vraag 9 en erboven.
Wat zijn “de energieniveaus van de niet-ontleedbare stoffen”? Ter
verduidelijking had er bij moeten staan dat je kunt doen alsof ethyn respectievelijk ethaan eerst ontleed worden (en
daarna met zuurstof verder reageren tot de reactieproducten) en dat het
energieniveau van dié toestand bedoeld wordt.
Vraag 9.
Tweede liggende streepje: wat zijn molecuulformules en coëfficiënten van
reacties? Reacties hebben geen molecuulformules en coëfficiënten komen voor in
reactievergelijkingen.
Vraag 11.
Wat zijn “losse aminozuren”? In de syllabus komt die (vak?)term niet voor.
Vraag 12.
Waarom in het correctievoorschrift alleen voorbeelden in termen van (S- en
N-)atomen en niet van elementen?
Boven vraag 13.
Onjuist taalgebruik. Niet “als in een zuur of alcohol een oneven aantal C
atomen aanwezig is” maar (bijvoorbeeld):
“als een zuur of alcohol wordt voorgesteld met moleculen met een oneven aantal
C atomen” of “als in zuur- of alcoholmoleculen een oneven aantal C atomen
voorkomt”.
Boven vraag 14.
Onzorgvuldig taalgebruik wat betreft micro/macro.
Zou bijvoorbeeld beter zo kunnen:
“… zoals havenslib, is veel sulfaat aanwezig.”
“Deze bacteriën verbruiken namelijk het aanwezige waterstof om sulfaat om te
zetten tot H2S. De vergelijking van de halfreactie
van sulfaat is hieronder op microniveau weergegeven.”
Of desnoods (als je het per se op microniveau zou willen formuleren): “Deze
bacteriën verbruiken namelijk de aanwezige waterstofmoleculen om sulfaationen
om te zetten tot H2S-moleculen. De vergelijking van de halfreactie van het sulfaation is hieronder weergegeven.”
In vraag 14 wordt dat dan weer wel netjes gedaan: “omzetting van SO42–
tot H2S.”
Boven vraag 15.
Inconsequent taalgebruik wat betreft micro/macro. “… worden de opgeloste S2–
ionen volledig omgezet tot H2S en HS–.” zou moeten zijn:
“… wordt het opgeloste S2– volledig omgezet tot H2S en HS–.”
of “… worden de opgeloste S2– ionen volledig omgezet tot H2S
moleculen en HS– ionen.”
Vraag 15.
Inconsequent taalgebruik wat betreft micro/macro. Er wordt gevraagd naar een
deeltje, dus dan moet de keuze zijn tussen het H2S molecuul en het
HS– ion en niet tussen H2S en HS–.
Gezien de vraag is het dan wel vreemd dat het voorbeeldantwoord in het
correctiemodel helemaal op macroniveau geformuleerd is en niet op
micro(deeltjes)niveau. Strikt genomen is dat antwoord(model) dus niet correct.
Boven vraag 20.
“In alle destillatiestappen in dit proces komt (komen) de stof(fen) met de laagste temperatuur boven uit de
destillatiekolom.” Maar dat is met betrekking tot vraag 20 niet relevant; wel
dat dat in het blokschema ook zo getekend is/moet worden.
Vraag 20.
Boven vraag 20 staat dat waterstof en HCl elk worden
teruggevoerd in het proces maar in het voorbeeldantwoord ontsnapt er vanuit S4
ook waterstof uit het proces. Moet dat per se? En als dat niet zo getekend is,
levert dat dan puntenaftrek?
Boven vraag 21.
Onzorgvuldig taalgebruik wat betreft macro/micro.
“Kristalstructuur” is op microniveau maar “element boor als schadelijke
verontreiniging in silicium” is op macroniveau. Daardoor is niet duidelijk of
met deeltjes boor macrodeeltjes of microdeeltjes bedoeld worden. Bovendien
hebben die invloed op de roosteropbouw (microniveau) en de geleidbaarheid
(macroniveau).
Vraag 21.
Is de (vraag)formulering “Geef twee aspecten waarom …” taalkundig correct? En
wat wordt ermee bedoeld?
In één vraag wordt gevraagd naar een eigenschap van het boordeeltje (straal) en
naar een eigenschap van element boor (covalentie). Niet verwonderlijk dus dat
de vraag moeilijk correct te formuleren is.